Zoeken
Als er veel regen valt, draaien de pompen (gemalen) op volle kracht om al het water af te voeren. Onder normale omstandigheden werkt dit prima. Maar wat zijn 'normale omstandigheden'?
Productieve en niet-productieve maatregelen ter verbetering van de kwaliteit van water.
De Lekdijk wordt versterkt van Amerongen tot Schoonhoven. Lees alles over het project Sterke Lekdijk.
Oeververbetering de Bochtjes om regionale watersystemen en - keringen, zoals dijken en kades, veilig en betrouwbaar houden.
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden heeft op 8 december 2025 een openbare informatieavond gehouden over de bouw van gemaal Kromme Rijn met balgstuw (opblaasbare dam). Ruim 20 geïnteresseerden bezochten de avond.
Samen werken aan een klimaatbestendige leefomgeving.
Veel gestelde vragen regels klimaatadaptief bouwen
Een van de belangrijkste klimaatgevolgen waar we regels voor opnemen in de waterschapsverordening is wateroverlast. Uit de KNMI-scenario’s (2023) blijkt dat regenbuien steeds heviger worden. Daardoor neemt het risico op wateroverlast toe.
Na nieuwe KNMI-scenario’s (2023) hebben waterschappen, gemeenten, provincies en bouwers intensief samengewerkt aan duidelijke doelen en richtlijnen voor klimaatbestendig bouwen, zowel regionaal als landelijk. Dit heeft geleid tot de landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving en het convenant toekomstbestendig bouwen. Door de Unie van waterschappen, in afstemming met IPO en VNG is een uniform kader voor het onderdeel wateroverlast opgesteld.
Bij nieuwbouw komt er vaak meer bestrating of bebouwing. Daardoor kan regenwater minder goed in de grond wegzakken en stroomt het sneller naar sloten en kanalen. Omdat al dat water in korte tijd in het watersysteem terechtkomt, kan het systeem die hoeveelheid niet altijd snel genoeg verwerken. Hierdoor stijgt het waterpeil en neemt de kans op wateroverlast toe. Daarom moeten initiatiefnemers de extra verharding compenseren, bijvoorbeeld met groene daken, wadi’s of door extra open water aan te leggen.
Het uitgangspunt is een extreme bui die eens per 100 jaar voorkomt en één uur duurt, gebaseerd op de KNMI’23-klimaatscenario’s (Hoge uitstoot, nat, zichtjaar 2100). Volgens de neerslagstatistieken betekent dit 71 mm regen. Daarom is in de regels opgenomen dat minimaal 71 mm waterberging moet worden gerealiseerd.
STOWA/ HKV Neerslagstatistieken:

Binnen het stedelijk gebied is de ondergrens voor compensatie een toename aan verharding van meer dan 500 m2. Voor buiten de bebouwde kom is dat 5000 m2.
De voorstellen komen overeen met de afspraken die een aantal jaar geleden al in de convenanten zijn gemaakt. Sinds begin 2023 adviseren wij bij grote ruimtelijke plannen al om van een waterberging van 70 mm uit te gaan. De 70 mm bui was gebaseerd op de destijds meest actuele klimaatscenario’s van 2014.
Ook andere waterschappen passen hun verordening aan, waarbij zij allemaal het uniforme kader voor wateroverlast gebruiken. Dit kader is opgesteld in samenwerking met de Unie van Waterschappen en afgestemd met IPO en VNG, en gedeeld via de Ledenbrief Uitwerking kader voor wateroverlast. Het uniforme kader zorgt ervoor dat dezelfde uitgangspunten worden gehanteerd: dezelfde klimaatscenario’s, herhalingstijd en zichtjaar. De duur van de bui kan echter verschillen, omdat sommige watersystemen gevoeliger zijn voor korte hevige buien en andere juist voor langdurige regen.